Terug naar overzicht

Resultaten Capaciteitsplan 2016 gepresenteerd

Geplaatst in Nieuws op 11 mei 2016 door Titjana Ruygt

Het Capaciteitsorgaan is er voor medische en tandheelkundige vervolgopleidingen. Een viertal keren per jaar buigen zo’n 100 deskundigen zich over de ontwikkelingen in de zorgvraag en de opleidingen en beroepen die hierbij horen. Onlangs verscheen er een nieuw Capaciteitsplan waarbij zij in deelrapport 1 ingaan op medische specialismen, spoedeisende geneeskunde, ziekenhuisgeneeskunde en klinisch technologische specialismen.

Graag kijken we hierbij naar de belangrijkste resultaten, afkomstig uit deelrapport 1 van het capaciteitsplan. Het volledige rapport is online te lezen.

De aantallen

Op 1 januari 2016 waren er 23.374 medisch specialisten, 1.249 klinische technici en 463 profielartsen geregistreerd.  Van de medisch specialisten was 41,2% vrouw . Qua leeftijd was 31% van de medisch specialisten ouder dan 55 jaar. De specialisten blijven langer doorwerken dan in 2013. De gemiddelde deeltijdfactor bedraagt onveranderd 0,91 fte. De instroom van medisch specialisten uit het buitenland is ten opzichte van de vorige raming (gemiddeld 157 per jaar) gedaald naar 122 per jaar. Er zijn grote verschillen tussen de verschillende specialismen.
Bron: samenvatting deelrapport 1

Physician assistant en verpleegkundig specialist

Een belangrijk element binnen het werkprocees is de verticale subsitutie naar physician assistants en verpleegkundig specialisten. Met een aantal werkzamen van 700 respectievelijk 2.700 beginnen deze twee beroepsgroepen een factor van betekenis te vormen. In deze raming wordt voor de eerste keer uitgegaan van een minimale subsitutie van 0,1% per jaar voor elke beroepsgroep. Dit is nog los van de afgesproken taakherschikking van tweede lijn naar eerste lijn.

Gestreefd wordt naar een evenwicht tussen vraag en aanbod, uiterlijk 2034. Hiervoor zijn twee scenario’s:

  1. Voor elke beroepsgroep wordt een verticale substitutie van 0,1% per jaar gehanteerd – levert jaarlijks een benodigde instroom van 1.122 plaatsen op.
  2. Gehanteerd wordt de waarde die door experts van de betreffende doelgroep als de meeste waarschijnlijke wordt betiteld – een jaarlijkse instroom van 965 zou al voldoende zijn door de taakherschikking naar verpleegkundig specialist en physician assistant.
    Bron: samenvatting deelrapport 1

De veranderingen

De verwachte veranderingen in de zorgvraagontwikkeling, de aanbodontwikkeling en de taakherschikking leiden tot een daling van de geadviseerde jaarlijkse instroom met circa 15%. In eerste instantie zal dit leiden tot een daling van het totaal aantal aios. Vanaf 2017 zal dit in zes jaar geleidelijk gaan dalen. De eerste effecten op de daadwerkelijke instroom in het specialisme of het profiel zijn overigens pas in 2023 respectievelijk 2021 te verwachten.

De daling an de instroom in de opleidingen betekent overigens niet dat de capaciteit aan medisch specialisten gaat dalen. Deze capaciteit gaat wel langzamer stijgen. Momenteel is er 23.140 fte aan capaciteit beschikbaar, inclusief profielartsen en klinisch technici. Bij een instroom aan de onderkant van de bandbreedte (965 plaatsen) is dat in 2034 25.560 fte, bij een instroom aan de bovenkant van onze geadviseerde bandbreedte (1.122 plaatsen) is dat in 2034 28.660 fte. Bron: samenvatting deelrapport 1

Terug naar overzicht

Om deze site goed te laten functioneren gebruiken wij cookies. Bekijk voor meer informatie ons cookiebeleid. Als je onze site gebruikt, gaan wij ervan uit dat je akkoord bent met het plaatsen van cookies.